Jeugdproeven

ALGEMENE INFORMATIE

Bij de Alkmaarsche wordt instructie gegeven met behulp van een stappenplan dat speciaal voor de jeugd is ontwikkeld.
Door het roeien in kleine stapjes onder te verdelen is het mogelijk om deelcertificaten te behalen.
Afhankelijk van de tijd van het jaar en de groep wordt aan een jeugdproef gewerkt. Zo zal er in de zomer worden gewerkt aan de skiffpermissies A, F en I. De periode na de zomervakantie is uitermate geschikt voor behendigheid (proef B en G) en de winterperiode wordt gebruikt om de proeven C, D, E en H te behalen.

Jeugdproef A: skiff eerste niveau. (Boottype: C1 of skiff, jeugd 1x.)
Jeugdproef B: behendigheid.
Jeugdproef C: theorie.
Jeugdproef D: ploegroeien eerste niveau. (In boottype: C4x+ of C2x+.)
Jeugdproef E: sturen. (Boottype: C4x+ of C2x+.)
Jeugdproef F: skiff tweede niveau (Boottype: skiff, jeugd 1x.)
Jeugdproef G: vaardigheid. (Boottype: skiff, jeugd 1x.)
Jeugdproef H: ploegroeien tweede niveau. (Boottype: 4x+ of 2x.)
Jeugdproef I: skiff derde niveau. (Boottype: jeugd1x of senior1x.)
Jeugdproef J: aspirant instructeur.

Jeugdproef A: skiff eerste niveau. (Boottype: C1 of skiff, jeugd 1x.)

1. Wegkomen van het vlot door slippend uit te zetten.
2. Roeien met juiste bewegingsvolgorde: benen, armen tijdens haal en recover.
3. Strijken met twee riemen zonder oprijden.
4. Rondmaken (door afwisselend te halen en te slippen met één riem).
5. Houden met beide riemen.
6. Halend aanleggen.
7. Goed stuurboordwal houden.
8. Ongeveer elke derde haal omkijken.
9. Netjes omgaan met het materiaal, strijken) zonder oprijden

Jeugdproef B: behendigheid.
Laten zien volledig vertrouwd te zijn met de boot door het uitvoeren van 7 van de 13 onderstaande behendigheidsvormen:

1. Zitten in de boot en boven het hoofd klappen.
2. Liggen in de boot met beide benen boven het hoofd.
3. Staan in de boot en boven het hoofd klappen.
4. Staand roeien in de boot.
5. Staand wiebelen in de boot.
6. Roeien met halve riemen.
7. De handvatten voor bladen verwisselen en een aantal halen maken met de handvatten in het water.
8. Overstappen van skiff naar skiff.
9. Van plaats wisselen in de 2x.
10. Slalom varen (afstand drijvers(piketten) 20 meter).
11. Slippoort passeren (slippoort 5 meter breed).
12. Riemen verwisselen.
13. In de boot klimmen na omslaan.

Jeugdproef C: theorie.

1 Kennis van het vaarreglement voor zover van toepassing op het roeien.
2 Het kennen van alle roeicommando's op de voorgeschreven KNRB wijze.
3 Het kunnen benoemen van de voornaamste boottypen en bootonderdelen.
4 Weten hoe met het materiaal om te gaan:
- Tijdens in/uitbrengen van de boot. - Met alle losse onderdelen (riemen, roer, bankjes).
- Na het roeien.
5 Bekend zijn met de handelswijze na omslaan.
6 Weten hoe een boot af te schrijven.
7 Weten hoe schade of gebreken te melden.
8 Op de hoogte zijn van de verenigingsregels.

Jeugdproef D: ploegroeien eerste niveau. (In boottype: C4x+ of C2x+.)

1. Wegkomen van het vlot door slippend uit te zetten.
2. Roeien met juiste bewegingsvolgorde: benen, armen tijdens haal en recover.
3. Strijken met twee riemen zonder oprijden.
4. Rondmaken (door afwisselend te halen en te strijken) zonder oprijden.
5. Slippen met één riem.
6. Houden met beide riemen.
7. Halend aanleggen.
8. Het opvolgen van de commando's.
9. Het volgen van de slag.
10. Gelijke in- en uitzet.
11. Gelijk manoeuvreren.
12. Zorgvuldig omgaan met het materiaal, (in het bijzonder bij het in/uitbrengen van de boot met meerder roei(st)ers).

Jeugdproef E: sturen. (Boottype: C4x+ of C2x+.)

1. Luid, duidelijk en met overwicht alle commando's op het juiste moment en op de voorgeschreven KNRB wijze uitspreken.
2. Leiden van het in/uitbrengen van de boot.
3. Het correct in/uitstappen via het stuurbankje.
4. Constant goed contact met het roer; d.w.z. geen slappe of extreem strakke stuurtouwen.
5. Stuk rechtuit sturen tijdens halen.
6. Begrijpen hoe de boot reageert op het roer door tijdig te sturen en ook weer tijdig te stoppen.
7. Slippen bij nauwe doorgangen.
8. Aanleggen aan vlot en hoge oever, zowel halend als strijkend.
9. Goede materiaalbehandeling (zie theorie).

Jeugdproef F: skiff tweede niveau (Boottype: skiff, jeugd 1x.


1.Afstellen van het voetenboord aan het vlot.
2.Wegkomen van het vlot door slippend uit te zetten.
3.Roeien met juiste bewegingsvolgorde: benen,rug, armen tijdens haal en recover.
4.Strijken met twee riemen met oprijden.
5.Rondmaken (door afwisselend te halen en te strijken) met oprijden.
6.Slippen met beide riemen.
7.Het stilleggen van de boot.
8.Halend en Strijkend aanleggen.
9.Toepassen van de belangrijkste regels uit het vaarreglement(zie theorie).
10.Ongeveer elke derde haal omkijken.
11.Netjes omgaan met het materiaal.

Jeugdproef G: vaardigheid. (Boottype: skiff, jeugd 1x.)

De afstand per categorie met de maximale toegestane tijd:
* J/M 10/11 jr* : moeten 4 km roeien in maximaal 40 minuten.
* J/M  12 jaar* : moeten 6 km roeien in maximaal 55 minuten.
* J/M  13 jaar* : moeten 8 km roeien in maximaal 75 minuten.
* J/M  14 jaar* : moeten 12 km roeien in maximaal 100 minuten.
* M15/16 jaar* : moeten 14 km roeien in maximaal 120 minuten.
* M17/18 jaar* : moeten 16 km roeien in maximaal 120 minuten.
* J15/16 jaar* : moeten 16 km roeien in maximaal 120 minuten.
* J17/18 jaar* : moeten 18 km roeien in maximaal 120 minuten.

* leeftijd nog niet bereikt op 1 januari van het lopende jaar.


1. Het binnen de toegestane tijd afleggen van de te varen afstand.
2. De boot kunnen in/uitbrengen.
3. De namen van de onderdelen en van de uitrusting van de boot kennen.
4. De roeicommando's kennen.
5. De regels van het vaarreglement die voor roei(st)ers gelden kunnen toepassen tijdens het varen.
6. Ongeveer elke derde haal omkijken.
7. Niet onverantwoord bochten afsnijden.
8. Netjes omgaan met het materiaal.

Jeugdproef H: ploegroeien tweede niveau. (Boottype: 4x+ of 2x.)

1. Wegkomen van het vlot door staande uit te zetten met de vlotvoet.
2. Afstellen van het voetenbord op het water buiten de vlotdrukte.
3. Watervrij roeien.
4. Roeien met juiste bewegingsvolgorde: benen, rug, armen tijdens haal en recover.
5. Roeien in verschillende tempo's.
6. Roeien in het juiste ritme ook tijdens tempowisselingen.
7. Strijken met twee riemen met oprijden.
8. Rondmaken (door afwisselend te halen en te strijken) met oprijden.
9. Slippen met beide riemen.
10. Halend en strijkend aanleggen.
11. Het opvolgen van de commando's.
12. Het volgen van de slag.
13. Gelijke in- en uitzet.
14. Gelijk strekken van de armen, inbuigen van de romp en het buigen van de armen tijdens de haal.
15. Gelijk wegzetten van de armen, inbuigen van de romp en naar voren glijden tijdens het herstel.
16. Zorgvuldig omgaan met het materiaal, (in het bijzonder bij het in/uitbrengen van de boot met meerder roei(st)ers).

Jeugdproef I: skiff derde niveau. (Boottype: jeugd 1x of senior 1x.)

1. Wegkomen van het vlot door staande uit te zetten met de vlotvoet.
2. Afstellen van het voetenbord op het water buiten de vlotdrukte.
3. Roeien met een krachtige haal.
4. Watervrij roeien.
5. Roeien met juiste bewegingsvolgorde: benen, rug, armen tijdens haal en recover.
6. Roeien in verschillende tempo's.
7. Roeien in het juiste ritme ook tijdens tempowisselingen.
8. Watervrij strijken in een rechte lijn.
9. Rondmaken met watervrij strijken en halen.
10. Halend en strijkend aanleggen.
11. Toepassen van het vaarreglement tijdens het roeien met doorgaande haal.
12. Goed manoeuvreren tijdens roeien met kracht.
13. Vlotte en zorgvuldige omgang met het materiaal.

Jeugdproef J: aspirant instructeur.



1. Volgen van de instructeurcursus.
2. Een nieuw jeugdlid laten slagen voor Jeugdproef A (skiff 1e niveau).